De verschillende standen op een camera

Het is erg handig om te weten wat de verschillende standen op een camera voor je kunnen betekenen tijdens het fotograferen.

Daarnaast kunnen de verschillende standen op een camera erg handig zijn wanneer je aan het leren bent hoe de sluitertijd ingesteld moet worden en je je niet druk wilt maken over welk diafragma hierbij nodig is.

In dit artikel gaan we dieper in op wat de verschillende standen van een camera voor je kunnen betekenen en in welke situaties je bepaalde standen het best kunt gebruiken.

De verschillende standen op je camera

© Depositphotos.com – Foto door: Arsgera

Wat zijn prioriteitstanden op een digitale camera?

Digitale camera’s geven fotografen de mogelijkheid om de juiste belichting voor de foto te selecteren. Dit kun je doen door de sluitertijd, diafragma en ISO in te stellen.

Er zijn hier automatische standen voor zodat je niets hoeft te doen, maar er zijn ook verschillende prioriteitstanden waar jij als fotograaf meer invloed kunt uitoefenen.

Vandaag de dag hebben digitale spiegelreflex camera’s diverse prioriteitstanden die gebruikt kunnen worden in verschillende situaties. De prioriteitstanden die we in dit artikel gaan behandelen zijn:

  • Program (P)
  • Sluitertijd (S) of (Tv)
  • Diafragma (A) of Av)
  • Manueel (M)

Alle standen hebben bij verschillende cameramerken een andere benaming. In dit artikel geef ik de afkorting van de standen voor Nikon en Canon aan omdat dit de populairste cameramerken zijn. Indien je een camera hebt van een ander merk, dan raad ik je aan om in de handleiding de juiste afkortingen op te zoeken.

Hoe zit het met de overige standen zoals de sport stand?

Je hebt vaak camera’s die gericht zijn op fotografen met minder ervaring waar je standen tegenkomt als sport, portret, nacht, etc. Dit zijn allemaal automatische standen die net iets anders ingesteld zijn dan de volledige automatische stand.

Voordat we aan de prioriteitstanden beginnen zal ik in het kort een beschrijving geven van een aantal automatische standen die je vaak op camera’s tegenkomt.

Portret stand: De portret stand zorgt ervoor dat het diafragma groot is om ervoor te zorgen dat de achtergrond van de afbeelding wazig is. De persoon die je fotografeert zal scherp zijn, maar de achtergrond iets wazig.

Macro stand: De macro stand laat je toe om van erg dichtbij te focussen op bijvoorbeeld een bloem.

Landschap stand: De landschap stand doet het tegenovergestelde als de portret stand. Het diafragma wordt zo klein mogelijk gezet waardoor de hele foto scherp is. De sluitertijd is vaak ook langer waardoor een statief aan te raden is.

Sport stand: De sport stand is voor wanneer je actie wilt fotograferen. Het zorgt voor een snelle sluitertijd waardoor je het moment bevriest op de foto en geen bewegende afbeeldingen krijgt.

Nacht stand: Met de nacht stand geef je aan dat je in een donkere omgeving foto’s probeert te maken. De nacht stand maakt gebruik van de flitser om het onderwerp te verlichten en neemt voldoende belichtingstijd om ook de achtergrond op de foto te krijgen.

Alle bovenstaande standen zorgen ervoor dat de instellingen op de camera iets wijzigen. Deze standen zorgen echter niet altijd voor het beste resultaat. Zo kun je regelmatig foto’s in de sport stand maken en toch beweging op de foto hebben. Op de professionelere camera’s heb je niet eens de mogelijkheid om een van de standen die hierboven genoemd zijn te gebruiken.

Veel fotografen geven de voorkeur aan een van de onderstaande prioriteitstanden omdat je in deze standen veel meer controle hebt.

Program (P) – automatische stand

De program stand is de automatische stand van een camera. De camera kiest automatisch het diafragma en de sluitertijd voor je uit gebaseerd op de hoeveelheid licht dat door de lens komt. Het enige wat je zelf moet bepalen is de ISO en of je gebruik wilt maken van een flitser.

Dit is de stand die je wilt gebruiken wanneer je alleen maar wilt richten en fotograferen of wanneer je geen tijd hebt om even iets in te stellen. Je hoeft weinig na te denken om toch scherpe foto’s te krijgen.

Wanneer je de camera richt op een omgeving met veel licht zal het diafragma kleiner worden (groter f-getal) en de sluitertijd redelijk snel gehouden worden. Wanneer je de camera richt op een donkere omgeving met weinig licht zal het diafragma groter worden (kleiner f-getal) om te zorgen dat de sluitertijd nog redelijk snel kan blijven.

Wanneer er niet voldoende licht is om een foto te maken zal het diafragma op het laagste getal gezet worden en de snelheid van de sluitertijd neemt af totdat er voldoende licht door de lens van de camera kan komen.

Het is overigens ook mogelijk om nog iets meer controle te hebben in deze stand. Je kunt de gekozen diafragma en sluitertijd van de camera aanpassen door aan het wieltje te draaien. Wanneer je naar links draait zal de sluitertijd trager worden en het diafragmagetal toenemen (minder scherptediepte). Wanneer je naar rechts draait zal de sluitertijd sneller worden en het diafragmagetal afnemen (meer scherptediepte).

Sluitertijd (S) of (Tv)

De stand waarbij je de sluitertijd kunt bepalen heet bij Nikon “Shutter Priority” (S) en bij Canon “Time Value” (Tv). Je hoeft in deze stand alleen de sluitertijd in te stellen, de camera kiest vervolgens het diafragma uit aan de hand van de hoeveelheid licht dat door de lens komt.

Dit is de stand die je wilt gebruiken wanneer je een snel bewegend object wilt bevriezen op de foto of juist expres wilt zorgen voor beweging op de foto.

Wanneer er teveel licht is zal de camera het diafragma kleiner maken waardoor er minder licht tegelijk door de lens kan komen. Indien er te weinig licht is zal het diafragma door de camera groter gemaakt worden om te zorgen dat er meer licht tegelijk door de lens van de camera op de sensor kan vallen.

De sluitertijd zal in deze stand altijd blijven staan op de sluitertijd die je zelf hebt ingesteld. Het diafragma wordt groter of kleiner gemaakt gebaseerd op de hoeveelheid licht dat door de lens van de camera valt.

In de sluitertijd camerastand loop je wel het risico op overbelichte of onderbelichte foto’s. De reden hiervan is dat je in sommige gevallen niet een super snelle sluitertijd kunt instellen omdat er te weinig licht is en in andere gevallen niet te lang omdat er meer dan voldoende licht is.

Je camera kan het diafragma dan wel zo klein of groot mogelijk maken, in combinatie met de verkeerde sluitertijd hoeft dit niet voldoende te zijn voor een goed belichte foto. De lens van je camera heeft ook limieten.

Wat je overigens nog wel kunt doen is de gemeten belichting van de camera aanpassen. Lees in de handleiding van je camera hoe je dit precies kunt doen op jouw camera.

Diafragma (A) of (Av)

De stand waarbij je het diafragma kunt bepalen heet bij Nikon “Aperture Priority” (A) en bij Canon “Aperture Value” (Av). In deze stand kun je handmatig het diafragma instellen en de sluitertijd wordt vervolgens door de camera uitgekozen aan de hand van de hoeveelheid licht dat door de lens komt.

In de diafragma stand heb je invloed op de scherptediepte die je in de foto wilt hebben. Bij een kleiner f-getal zal je meer scherptediepte in de foto hebben dan bij een groter f-getal.

Wanneer er teveel licht is zal de camera automatisch de sluitertijd sneller maken. Indien er juist te weinig licht is zal de camera de sluitertijd vertragen.

In tegenstelling tot de sluitertijdstand heb je bij deze stand niet het risico dat je een foto over- of onderbelicht omdat de sluitertijd van een camera erg langzaam kan gaan (30 seconden), maar ook supersnel (1/8000 seconden). Het is afhankelijk van je camera hoe snel dit precies zal zijn.

De diafragma stand is erg populair om te gebruiken omdat je de volledige controle hebt over de scherptediepte op een foto en omdat de belichting onder normale omstandigheden bijna altijd wel goed is.

Net als bij de vorige standen kun je ook bij deze stand nog de door de camera gemeten belichting aanpassen.

Manueel (M) – handmatige stand

Bij de manuele stand van je camera heb je de volledige controle over het diafragma en de sluitertijd. Je kunt ermee doen wat je wilt. De camera laat het volledig aan jou over om de juiste belichting te bepalen, maar laat nog wel een lichtmeter zien als advies.

De manuele stand is handig om te gebruiken bij extreme omstandigheden waar de camera het lastig heeft om de juiste belichting voor de foto te bepalen. Dit is bijvoorbeeld wanneer je wilt fotograferen met fel tegenlicht. Je kunt in dit soort gevallen dan zelf evalueren wat de juiste instellingen zijn om te gebruiken.

Verder kun je de manuele stand natuurlijk ook gebruiken wanneer je voldoende kennis hebt over de sluitertijd en het diafragma en wat het met een foto doet.

Vergeet niet dat je voldoende tijd moet hebben om alle instellingen aan te passen voordat je een foto maakt. Het is niet al te handig dat hetgeen wat je wilt fotograferen verdwenen is terwijl jij nog bezig bent met de instellingen aan te passen.

Hoe zit het met de ISO?

Bij de meeste digitale spiegelreflex camera’s wordt de ISO niet automatisch aangepast in bovenstaande prioriteitstanden. Je moet dit dus altijd handmatig doen.

Indien je wel kunt instellen op je camera dat de ISO automatisch door de camera gekozen moet worden, dan kun je dit natuurlijk aanzetten indien je hier behoefte aan hebt. Kijk in de handleiding van je camera hoe je dit moet doen.

Wanneer je geen automatische ISO functionaliteit hebt is het verstandig om te onthouden dat je de ISO altijd zo laag mogelijk moet instellen. Bij situaties met weinig licht zal je de ISO moeten verhogen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here