Introductie van het diafragma in fotografie

Wanneer je wilt leren om handmatig te fotograferen met je digitale camera, dan is het verstandig om alles te leren over belichting. Dit is het belangrijkste onderdeel om te kennen wanneer je uit de automatische fotografie stand wilt komen.

Het diafragma is een van de drie belangrijke factoren bij het maken van een foto. De andere twee factoren zijn de sluitertijd en ISO.

Voordat ik start met de uitleg wil ik eerst nog wel even iets zeggen. Wanneer je het diafragma beheerst, dan heb je de creatieve controle over je camera. Naar mijn mening is het diafragma waar de magie in fotografie gebeurt.

Met het diafragma kun je namelijk bepalen hoeveel scherptediepte er in de foto zit die je wilt maken. Door het diafragma handmatig in te stellen kun je bepalen of je een onscherpe of scherpe achtergrond krijgt op de foto of alles wat daar tussen zit.

Laten we nu beginnen met het ontdekken wat het diafragma nou eigenlijk is.

Wat is het diafragma in fotografie?

Diafragma

Met het diafragma kun je simpel gezegd bepalen hoe groot de opening van de lens is waardoor je een foto maakt.

Wanneer je de ontspanknop van je camera ingedrukt houdt, opent er een opening die het mogelijk maakt dat de sensor van je fotocamera een glimp kan opvangen van wat je wilt fotograferen. Het diafragma heeft invloed op hoe groot de opening is en hoeveel licht je op de sensor kunt krijgen.

Hoe groter de opening, hoe meer licht de sensor opvangt. Hoe kleiner de opening, hoe minder licht de sensor kan opvangen. Begrijp je het? Je kunt het dus eigenlijk vergelijken met de pupillen van je ogen.

Het diafragmagetal

Het diafragma wordt aangegeven in f-getallen. Je ziet op websites over fotografie dus regelmatig getallen als f/1, f/1.4, f/2, f/2.8, f/4, etc.

Wanneer je nieuw bent met fotografie, kunnen de f-getallen voor verwarring zorgen. De reden hiervan is dat een groot diafragma (grote opening) wordt aangeduid met een laag getal. Een klein diafragma (kleine opening) wordt aangeduid met een hoog getal.

Sorry, ik heb het ook niet bedacht maar het f-getal past dus niet goed bij de grootte van het diafragma.

Nog een keer voor de duidelijkheid hoe het nou precies zit:
Een hoog f-getal zorgt ervoor dat er minder licht door de sensor opgevangen kan worden.
Een laag f-getal zorgt ervoor dat er meer licht door de sensor opgevangen kan worden.

Diafragma en stops

De stappen tussen de f-getallen worden ook wel stops genoemd. Wanneer je van een f-getal naar een daaropvolgend f-getal gaat, bijvoorbeeld van f/1.4 naar f/2 of van f/4 naar f/2.8, dan verdubbel of halveer je de grootte van de opening en dus ook de hoeveelheid licht dat door de opening van de lens op de sensor kan vallen.

Ik zal voor het gemak de stops van het diafragma op een rij zetten:

f/1.0 f/1.4 f/2 f/2.8 f/4 f/5.6 f/8 f/11 f/16 f/22 f/32 f/45 f/64 f/90

Diafragma en sluitertijd

Het diafragma en de sluitertijd van een camera hebben invloed op elkaar. De combinatie van het diafragma en de sluitertijd bepaald de hoeveelheid licht dat op de sensor valt.

Bij een groot diafragma kan er snel een bepaalde hoeveelheid licht opgevangen worden door de sensor van de camera. Bij een klein diafragma heb je langer de tijd nodig voor dezelfde hoeveelheid licht en is de sluitertijd dus langer.

Heel kort gezegd werkt het dus als volgt:
Wanneer je een groot diafragma gebruikt heb je een kortere sluitertijd.
Wanneer je een klein diafragma gebruikt heb je een langere sluitertijd.

Het veranderen van een stap bij de sluitertijd zorgt er tevens voor dat het licht dat door de lens van de camera gaat halveert of verdubbeld. Dit betekent dat als je bijvoorbeeld de sluitertijd een stap sneller maakt en het diafragma een stap groter (kleiner f-getal), je dezelfde hoeveelheid licht door de lens laat gaan. Dit is erg handig om te onthouden.

Diafragma en scherptediepte

Het stond al in het begin van dit artikel, wanneer je het diafragma beheerst kun je creatieve foto’s maken omdat je hiermee ook grotendeels de scherptediepte van een foto bepaald.

Andere factoren die meespelen met de scherptediepte zijn het formaat van de sensor, de afstand tot het onderwerp en het brandpuntafstand.

Met scherptediepte bedoelen we de diepte in de foto dat scherp is. Wanneer een foto veel scherptediepte heeft is zowel de voor- als achtergrond scherp. Heeft een foto weinig scherptediepte, dan is een bepaald punt waar op gefocust is scherp en de rest eromheen is wazig.

Het diafragma heeft erg veel impact op de scherptediepte. Je moet het volgende onthouden over hoe je weinig of juist veel scherptediepte krijgt op een foto:
Een groot diafragma (weet je nog dat dit een klein f-getal is?) zorgt voor weinig scherptediepte. Met een groot diafragma kun je dus zorgen voor een wazige achtergrond.

Een klein diafragma (groot f-getal) zorgt voor veel scherptediepte, heel de foto zal dus scherp zijn.

Machu Picchu

Foto door Pedro Szekely

Oefening baart kunst

De beste manier om het diafragma goed te leren beheersen is door te experimenteren met je fototoestel. Ga naar buiten en vind een plek waar je dingen dicht in de buurt hebt, maar ook ver weg.

Maak vervolgens een serie foto’s met verschillende diafragma instellingen van de kleinste tot de grootste diafragmastand.

Je zult zien dat je al snel door krijgt wat voor een impact deze instelling heeft en hoe handig het is om het diafragma te beheersen.

Een foto wordt bepaald door drie factoren, ISO, sluitertijd en diafragma. Het is wellicht teveel gevraagd om direct alles in de handmatige stand goed in te stellen, dit is dan ook niet nodig.

Veel camera’s hebben een modus waarin je alleen het diafragma hoeft in te stellen. Bij Nikon camera’s heet deze stand A en bij Canon camera’s Av. In de handleiding van je camera kun je ook terugvinden of jouw camera dit kan en hoe je dit kunt instellen.

Dankzij deze functie zorgt de camera er verder zelf voor dat de goede sluitertijd erbij wordt gezocht zodat je geen foto’s krijgt die over- of onderbelicht zijn.

Help, ik kan niet alle f-getallen instellen

Maak je geen zorgen, je lens is niet kapot. Alle cameralenzen hebben verschillende diafragma instellingen. Het kan dus heel goed zijn dat je bijvoorbeeld een lens hebt van 18-200mm die een diafragma kan instellen van f/3.5 tot en met f/5.6.

Het is tevens mogelijk om een lens te hebben met maar 1 diafragma instelling, bijvoorbeeld een lens van 50mm met een diafragma van f/1.4.

Het is dus gewoon dat jouw cameralens meer of minder capaciteit heeft om meer of minder licht door te laten. Over het algemeen hebben de meeste lenzen een diafragma ergens tussen de f/2 en f/16.

Wanneer stel je welk diafragma in?

Afhankelijk van wat je fotografeert en hoe je de scherptediepte wilt hebben kun je een bepaald diafragma uitkiezen.

Wanneer je bijvoorbeeld een landschap wilt fotograferen en zowel de voor- als achtergrond zo scherp mogelijk wilt hebben, dan zal je een zo klein mogelijk diafragma (groot getal) moeten instellen.

Met portret fotografie kan het mooi zijn om de persoon scherp te hebben en de achtergrond wazig. Hierdoor staat de persoon helemaal in het middelpunt op de foto. Om dit te bereiken moet je een groot diafragma (klein getal) instellen.

Bij macro fotografie zie je de meeste fotografen die gebruik maken van een groot diafragma om ervoor te zorgen dat alleen het onderwerp op de foto scherp is.

Ik hoop dat je deze introductie van het diafragma in digitale fotografie handig vond. Er is zoals je ziet een hoop over te vertellen omdat het een belangrijke factor is die je kunt instellen. Het is verstandig om ook de artikelen over ISO en sluitertijd te lezen omdat deze elementen samen het diafragma de belichtingsdriehoek vormen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here