Fotograferen in de sneeuw

Fotograferen in de sneeuw is in Nederland geen alledaagse gebeurtenis, maar zodra er sneeuw ligt nemen we graag foto’s. De meeste sneeuwfoto’s zullen echter met wintersport worden genomen.

Foto’s nemen in de sneeuw is niet echt makkelijk, sneeuw is wit en het weerkaatst licht. Hier dien je dus met het nemen van een foto rekening mee te houden. Fotograferen in de sneeuw is een leuke uitdaging.

Fotograferen in de sneeuw

Voor je naar buiten gaat

Je kunt niet zomaar snel je camera pakken en beginnen met fotograferen. Fotograferen in de sneeuw vereist enige voorbereiding en er zijn diverse dingen waar je op moet letten.

Als je buiten in de sneeuw gaat fotograferen is het handig om warme en waterdichte kleren te dragen. Eventueel zou je ook speciale fotohandschoenen kunnen kopen. Dit zijn handschoenen die speciaal zijn ontwikkeld voor koude weersomstandigheden en ideaal in de wintermaanden om je handen warm te houden tijdens het fotograferen.

Sneeuw is in feite water. Zorg er altijd voor dat je camera goed beschermd is tegen het vocht. Neem je camera mee in een cameratas.

Snelle temperatuurverschillen zorgen voor condens, probeer dat te voorkomen. Als je met je camera weer thuis komt kun je de camera het beste eerst op een koele plaats leggen of nog even in je fototas laten zitten. Zo kan de camera weer rustig op temperatuur komen.

Belangrijk is dat de batterijen van je camera opgeladen zijn. Batterijen lopen bij koud weer sneller leeg. Neem, als je die hebt, extra batterijen mee en bewaar die in bijvoorbeeld de binnenzak van je jas, zodat de batterij warm blijft.

Als je gebruik maakt van een DSLR is het handig om vooral op heldere dagen je zonnekap mee te nemen.

Welke instellingen kun je gebruiken?

Indien je de mogelijkheid hebt kies dan voor de “RAW”- instelling. Dit is handig voor als je de witbalans of belichting toch nog verkeerd hebt ingesteld. Bij foto’s in RAW kun je dit achteraf nog corrigeren.

Stel de witbalans van je camera in door je camera op een grote plek schone witte sneeuw te richten.
Als je camera een instelling “sneeuw” heeft kun je hem daarop instellen. Deze instelling kiest zelf de witbalans en de belichting. Je moet natuurlijk wel zelf blijven controleren of je tevreden bent met het resultaat.

Voor het nemen van foto’s in de sneeuw is het gouden uur van toepassing. De warmte van het licht in het gouden uur in combinatie met de sneeuwtinten tijdens dit gouden uur geven je afbeeldingen een magisch effect.

Vaak zal de sneeuw in de vroege ochtend of net na een sneeuwbui minder voetafdrukken hebben. Dat zal mooie foto’s kunnen opleveren.

De lange schaduwen aan het einde van de dag kun je ook mooi gebruiken. Deze lange schaduwen op het sneeuwdek leveren interessante foto’s op.

Vergeet niet bij het nemen van je foto’s om goed om je heen te kijken en ook op de details te letten. Zowel grote als kleine winterse details zijn leuk om vast te leggen, zoals ijspegels, rijp aan de bomen, bessen met sneeuw, een spinnenweb, en dat soort dingen.

Belichting

Het is moeilijk om goede foto’s te krijgen als je de camera in de automatische stand zet. De camera is gestandaardiseerd voor middengrijs. Hij analyseert het licht van een bepaalde scene aan de hand van deze middentonen.

Normaal werkt dat vrij goed, maar de heldere witte kleur van de sneeuw en vooral als de zon op de sneeuw schijnt, maakt het dat de camera niet juist kan meten, met als gevolg dat je foto’s onderbelicht worden. De sneeuw zal op de foto een grijze kleur hebben.

Check je belichting dus altijd en wijzig die als dat nodig is. Op de camera vind je vaak een +/- functie, speel hiermee om de juiste belichtingscorrectie voor mooie witte sneeuw op je foto te krijgen.

Een onderbelichting kun je handmatig corrigeren. Je kunt de lichtmeter indicator door middel van +1 – 1.5 stop naar rechts te schuiven ervoor zorgen dat je foto iets overbelicht zal worden, waardoor de sneeuw op je afbeelding wit van kleur is.

Bij zonnig weer kun je het makkelijkste foto’s maken. Zorg dat je de zon in je rug of naast je hebt, dan heb je de beste belichting bij het nemen van je foto.

Er zullen ook momenten zijn dat je halverwege de dag foto’s wilt nemen. Als de zon dan schijnt krijg je te maken met schaduwproblemen. De sneeuw werkt hier ook nog extreem op, gezichten van de mensen krijgen vaak diepe schaduwen op de foto. Als het onderwerp dicht genoeg bij je is zou je dit kunnen voorkomen door een flitser te gebruiken.

Als je de actie van bijvoorbeeld een skiër op de foto vast wilt leggen, kun je inzoomen op het onderwerp. Op die manier haal je de skiër dichter naar je toe, terwijl je zelf kunt blijven staan en dus meer tijd hebt om de foto te maken.

Niet elke dag zal zonnig zijn, maar ook bij de niet zonnige dagen geldt nog steeds dat je automatische belichtingsmeter op je camera de witte sneeuw niet juist zal meten.

’s Avonds kun je natuurlijk ook foto’s maken. Je moet dan wel de ISO aanpassen, maar met behulp van straatverlichting, de donkere lucht en eventuele vallende sneeuwvlokken kun je ook ’s avonds spectaculaire foto’s maken.

Sluitertijd

Naast de witbalans en de belichting moet je ook letten op de sluitertijd. Neem je bewegende beelden, van bijvoorbeeld skiërs of snowboarders, dan dien je een snelle sluitertijd te hebben om scherpe beelden te krijgen. De ingestelde sluitertijd moet dan minstens 1/1000 zijn.

Wil je echter de snelheid en beweging op je foto laten zien, dan kun je kiezen voor panning fotografie. Bij panning fotografie volg je met een langzame sluitertijd het bewegende voorwerp met je camera, waardoor het onderwerp scherp is en de achtergrond in beweging.

Door de beweging van de camera worden er banen getrokken welke de beweging of snelheid van het onderwerp extra accentueren. Deze techniek vereist echter wel wat oefening.

Je dient tijdens het indrukken van de ontspanknop je onderwerp, bijvoorbeeld een skiër, met de camera in een vloeiende beweging te volgen zodat het onderwerp scherp op de foto afgebeeld wordt.

Sneeuwbui

Het kan zijn dat je een sneeuwbui krijgt tijdens het fotograferen. Een nieuwe uitdaging biedt zich dan aan. Je kunt dan met verschillende technieken experimenteren om de vallende sneeuw vast te leggen.

Neem je een langere sluitertijd dan krijg je de vallende sneeuw in strepen op je foto. Je moet dan wel zorgen dat je toestel stabiel staat met behulp van een statief of door ondersteuning van je handen/camera op een stabiele ondergrond. Neem je een hele korte sluitertijd dan krijg je de sneeuwvlokken op je foto te zien.

Let ook op de compositie tijdens het maken van een foto. Sneeuwvlokken zie je beter tegen een donkere achtergrond.

Verder kun je ook experimenteren met een groot diafragma of een flitser gebruiken die de sneeuwvlokken op zal lichten wat een apart beeld geeft.

Compositie bij sneeuwfotografie

Denk goed na over de compositie van de foto. Een foto met een uitgestrekte vlakte met veel sneeuw kan saai zijn. Zorg ervoor dat je bijvoorbeeld een onderwerp op de voorgrond hebt, zodat je foto minder eentonig wordt en je diepte creëert.

Je onderwerp hoeft niet in het midden te staan, maak gebruik van de regel van derden. Op deze manier krijg je een veel interessanter plaatje.

Bij sneeuwfotografie kan het leuk zijn om ook wat kleur, bijvoorbeeld rood, in de compositie te brengen.

Zwart-wit foto’s kunnen ook wat leuks hebben. Sneeuwlandschappen kunnen er in het zwart-wit prachtig uit zien. Bij de zwart-wit fotografie wordt meer de aandacht gelegd op structuren en vormen.

Als er sneeuw ligt moet je er goed op letten dat je zelf je te fotograferen onderwerp niet ontsierd door je eigen afdrukken in de sneeuw. Blijf creatief, ook bij fotograferen in de sneeuw!

1 REACTIE

  1. Lekker fotograferen betekent ook experimenteren. Ik neem daarom wel eens expres een foto tegen de zon in, bijvoorbeeld met sneeuw. Wel met correctie van de belichting inderdaad. Soms best verrassende resultaten. Laatst ook een vergroting van gemaakt op dibond. Mooi gelukt!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in